Drenthe Neolithicum: Leven van de eerste boeren in Drenthe

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Femke van der Dijk
Drenthe gids & reisschrijver
Hunebedden & Geschiedenis · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je fietst door het glooiende landschap van Drenthe, de zon schijnt en overal zie je die mysterieuze stenen stapels. Die hunebedden. Ze zijn er al duizenden jaren.

In de steentijd, het Neolithicum, was dit gebied al een paradijs voor de eerste boeren. Ze bouwden niet alleen die stenen monumenten, ze leefden er echt. Ze verbouwden graan, fokten vee en bouwden huizen van leem en hout.

Het was een tijd van hard werken, maar ook van sterke gemeenschappen.

Vandaag de dag kun je dat leven nog overal voelen, zeker als je kampeert op een van de vele campings in Drenthe. Waarom is dat verhaal van die eerste boeren nou zo interessant voor jou? Omdat het de basis is van wat Drenthe nu is. Je ziet het terug in de musea, je voelt het als je over de heide loopt en je zult het herkennen als je een nachtje doorbrengt in een vakantiehuisje op een vakantiepark.

Het is een verhaal over overleven, creativiteit en een diepe band met de natuur. Laten we eens kijken hoe ze dat vroeger voor elkaar kregen.

Wat was het Neolithicum eigenlijk?

Het Neolithicum, oftewel de Steentijd, was de periode waarin de jagers en verzamelaars veranderden in boeren. Dat gebeurde in Drenthe rond 3400 voor Christus. Eerst waren de mensen constant aan het trekken op zoek naar eten.

Maar hier, in het noorden, ontdekten ze dat ze konden blijven plakken.

De grond was vruchtbaar en er was voldoende wild. Ze begonnen met het kappen van bossen om weilanden te maken voor hun vee en akkers voor granen zoals emmer en spelt.

Dit was een enorme verandering. Voedselvoorziening werd stabiel en dat zorgde voor een bevolkingsgroei. Een typische nederzetting uit die tijd bestond uit een aantal boerderijen.

Dat waren langgerekte huizen, gebouwd met een frame van dikke eikenpalen. De muren waren gemaakt van gevlochten takken die werden dichtgesmeerd met leem.

Binnenin had je een centrale vuurplaats. Het was er knus, maar ook rokerig. Deze huizen waren ongeveer 10 tot 15 meter lang en 5 meter breed. Precies groot genoeg voor een uitgebreide familie. Als je nu een wandeling maakt door Nationaal Park Drents-Friese Wold, kun je je voorstellen hoe die nederzettingen er tussen de bomen lagen.

De hunebedden: niet zomaar stenen

De meest opvallende overblijfselen uit die tijd zijn natuurlijk de hunebedden. In Drenthe staan de 54 hunebedden die Nederland telt. Ze zijn gebouwd tussen 3400 en 3100 voor Christus.

Dat maakt ze tot de oudste bewoonde monumenten van ons land. Ze werden niet gebouwd als woonhuis, maar als grafkamer.

De eerste boeren geloofden in een leven na de dood. Ze begroeven hun doden in deze stenen kamers, vaak met grafgiften zoals aardewerk, vuurstenen werktuigen en sieraden van barnsteen.

De bouw was een gigantische klus. De grootste hunebedden, zoals de Papeloze Kerk in Schoonloo, zijn bijna 20 meter lang. Ze bestaan uit een aantal enorme zwerfkeien, sommige wel 20.000 kilo zwaar, die als deurstenen en dakstenen dienden.

De stenen kwamen uit Scandinavië, meegesleurd door het ijs van de voorlaatste ijstijd.

De boeren moesten deze stenen verplaatsen met behulp van rolstokken en touwen. Het bouwen van één hunebed kostte waarschijnlijk maanden, soms jaren, en vereiste de samenwerking van meerdere families. Het was een project voor de hele gemeenschap.

Hoe leefden de eerste boeren?

Het leven in de steentijd was zwaar, maar volgens archeologen ook gezellig. De boeren leefden in hechte gemeenschappen.

Ze deelden het werk. De mannen gingen op jacht of vissen, terwijl de vrouwen het land bewerkten en het vee verzorgden.

Ze verbouwden granen zoals emmer en spelt, die ze maalden met vuurstenen handmolens. Dat was een tijdrovend karwei. Een kilo meel maal je niet zomaar even.

Ze bakten platte broden of kookten pap. Daarnaast verzamelden ze wilde vruchten, noten en eikels.

De kleding was gemaakt van dierenhuiden, bewerkt met vuurstenen messen. Ze hadden geen naalden van metaal, maar van been. Dat vond je terug in de archeologische lagen bij de nederzettingen. Ook het gereedschap was typisch voor die tijd: vuurstenen pijlen, bijlen en sikkels.

In Drenthe vind je deze spullen nog steeds terug. In het Drents Museum in Assen bijvoorbeeld, waar je aan de hand van een historische atlas van Drenthe een prachtige collectie kunt ontdekken.

Als je daar rondloopt, zie je pas hoe knap ze waren in het bewerken van materialen.

Waarom Drenthe zo speciaal is

Drenthe is uniek in Europa vanwege de dichtheid van de hunebedden. Nergens anders vind je zoveel grafmonumenten uit die periode zo dicht bij elkaar, een fascinerende vergelijking met Stonehenge waard.

De reden is het landschap. De bodem is zandig en bevat veel keien uit de ijstijd. Daardoor was het makkelijker om de stenen te vinden en te verplaatsen. Bovendien was het gebied open en overzichtelijk, ideaal voor de landbouw.

De eerste boeren kwamen hier massaal naartoe omdat het een veilige plek was, beschermd tegen de zee en met voldoende water. Deze geschiedenis heeft een enorme impact op het huidige toerisme.

Mensen komen speciaal naar Drenthe voor de rust en de historie. Je kunt overnachten in een modern vakantiepark, maar ook kamperen op een camping die midden in de natuur ligt.

Veel campings liggen vlak bij de hunebedden. Bekijk dit overzicht van alle hunebedden om je route te plannen. Zo kun je ’s ochtends vroeg, voordat de massa’s toeristen arriveren, in je eentje rond een hunebed lopen. Dat voelt magisch. Je staat letterlijk oog in oog met een verhaal dat 5000 jaar geleden begon.

Praktische tips voor je bezoek

Als je de sporen van de eerste boeren wilt zien, hoef je niet ver te zoeken. Drenthe staat bol van de activiteiten.

  • Bezoek het Drents Museum in Assen: Entree is €16 voor volwassenen. Hier zie je de mooiste vondsten, inclusief de 'Ploegdrijver', een beeld uit de steentijd.
  • Kamperen bij de hunebedden: Camping De Woudstee in Drouwen ligt op loopafstand van het hunebed D27. Een staanplaats kost ongeveer €25 per nacht inclusief stroom.
  • Vakantieparken met historie: Vakantiepark Drenthe, zoals Center Parcs De Huttenheugte, heeft themaroutes door de natuur. Een weekendje weg hier kost vanaf €300.
  • Wandel de Hunebeddenfietsroute: Deze route is 35 kilometer lang en verbindt alle grote hunebedden. Je kunt een fiets huren voor €12 per dag bij lokale verhuurders in Borger.
  • Eten zoals vroeger: Probeer bij een lokale pannenkoekenboerderij de 'Steentijdpannenkoek' met speltmeel. Vaak te koop voor rond de €10.

Hier zijn een paar concrete tips om je reis te plannen: Je hoeft geen expert te zijn om te genieten van deze geschiedenis.

Trek je wandelschoenen aan, pak de fiets of zet je tent op. De sfeer van het Neolithicum proef je het beste als je er middenin staat. Drenthe wacht op je, met al zijn geheimen uit de steentijd.

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Over Femke van der Dijk

Femke van der Dijk groeide op tussen de hunebedden en het Nationaal Park Dwingelderveld. Als geboren en getogen Drente schrijft ze over alles wat de provincie te bieden heeft – van de beste vakantieparken tot verborgen wandelroutes en de lekkerste pannenkoekenhuizen.