Drenthe TT Circuit geschiedenis: Van 1925 tot nu

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Femke van der Dijk
Drenthe gids & reisschrijver
Hunebedden & Geschiedenis · 2026-02-15 · 7 min leestijd
Stel je voor: je fietst door de Drentse heide, de geur van naaldhout en zomerse regen hangt in de lucht. In de verte hoor je een dof gebrom. Het wordt langzaam harder, een gierende motor die over het asfalt raast. Dat is het geluid van Drenthe. Nee, niet de stilte van de hunebedden, maar het brullen van motoren. Het TT Circuit in Assen is het kloppende hart van de provincie. Het is meer dan alleen een racebaan; het is een plek met een verhaal, een geschiedenis die teruggaat naar een tijd van stoere bromfietsers en een droom die uitgroeide tot een wereldberoemd evenement.

Hoe het allemaal begon: brommen in de bossen

Het jaar is 1925. De motorwereld zit in de lift en ook in Drenthe willen ze wel eens weten wie de snelste is.

De ‘Drentse Motorclub’ (DMC) besluit een wedstrijd te organiseren. Ze zoeken een geschikte plek en vinden die in het uitgestrekte Drentse bosgebied, vlakbij Assen.

De keuze is niet zomaar; het gebied is heuvelachtig en heeft smalle paadjes, perfect voor een uitdagende rit. De eerste race heet officieel de ‘Drentse Wieler- en Motorrace’, maar iedereen kent het als de TT (Tourist Trophy) van Drenthe. De route is simpel: een stuk onverhard, een stuk asfalt en dan weer door het zand.

Deelnemers komen uit heel Nederland. De sfeer is gemoedelijk, maar de strijd is fel. Er is nog geen vast circuit. De race vindt plaats op openbare weggetjes die worden afgezet.

Het is pure sport, voor de eer en een beetje roem. De eerste jaren zijn een groot succes.

Het publiek stroomt toe. Ze willen de stoere motorrijders zien stuntelen over de Drentse zandpaden.

Al snel wordt de race te groot voor de losse route. De organisatie moet professionaliseren. In 1926 wordt een vaste ronde uitgezet, de basis van het huidige circuit. De race is nu een begrip in Nederland en ver daarbuiten.

Van losse bochten naar een echte racebaan

Na de oorlog, in 1946, is het tijd voor een nieuwe start.

De race moet weer op gang komen. De organisatie besluit om de bochten te verbeteren en het parcours vast te leggen. Het eerste echte circuit is geboren.

Het is nog lang niet wat het nu is. De bochten zijn scherp, de weg is smal en er zijn weinig veiligheidsvoorzieningen.

Toch is het genoeg om de beste rijders van Europa naar Drenthe te trekken.

De jaren ’50 en ’60 zijn de gouden jaren van de wegrace. De TT van Assen groeit uit tot een van de belangrijkste races ter wereld. De Drentse bossen weergalmen van het geluid van MV Agusta, BMW en Norton. In 1955 wordt het circuit voor het eerst geasfalteerd.

Dat is een enorme stap voorwaarts. Het maakt de race sneller en constanter.

De toeschouwers krijgen een beter zicht en de rijders kunnen harder. Een iconisch moment is in 1954, wanneer de Duitser Werner Haas wint op een NSU. Hij is de eerste die het circuit in minder dan 23 minuten rondgaat.

De tijden worden steeds sneller. Het publiek loopt uit zijn dak.

De sfeer is rauw en authentiek. Je staat midden in het bos, de geur van brandstof en verbrand rubber hangt in de lucht. Dit is de charme van de vroege TT.

In de jaren ’70 en ’80 ondergaat het circuit een aantal aanpassingen.

De bochten worden vlakker, de rechte stukken langer. Het circuit groeit met de techniek mee. De motorfietsen worden sneller, de rijders professioneler.

De TT past zich aan. Het blijft een uitdaging, een baan die respect afdwingt. De naam “De Drentse Motorrace” is inmiddels vervangen door de TT (Tourist Trophy), een naam die internationaal aanzien geniet.

De Geboorte van het TT Circuit Assen

Het moment suprême komt in 1955. De organisatie en de gemeente Assen besluiten dat het tijd is voor een definitieve oplossing.

Er wordt een nieuw circuit gebouwd, speciaal voor de race. Dit is het begin van het TT Circuit Assen zoals we het nu kennen.

De bouw duurt een paar jaar, maar in 1956 is het zover: de eerste race op het nieuwe, permanente circuit. De lengte is nu 7,7 kilometer. De jaren ’90 brengen de grootste verandering.

De FIM (de internationale motorfederatie) eist strengere veiligheidsnormen. Het oude circuit, met zijn smalle passages en snelle bochten door het bos, voldoet niet meer. De beslissing is drastisch: er moet een compleet nieuw circuit komen. In 1995 wordt het oude circuit voor het laatst gebruikt.

Het is een emotioneel moment voor veel fans en rijders. In 1996 opent het moderne TT Circuit Assen zijn deuren.

De lengte is nu 4,5 kilometer. Het is een technische baan met snelle bochten en een lang recht stuk.

De beroemde “Veenslang” (bocht 10) en het “Strubben” (bocht 14) worden iconisch. De veiligheid is enorm verbeterd, met brede uitloopstroken en moderne vangrails. Het publiek krijgt betere zichtlijnen en meer comfort.

De TT is klaar voor de 21e eeuw. Ook na de verbouwing blijft het circuit in beweging.

Er worden regelmatig kleine aanpassingen gedaan om de veiligheid en het racen te verbeteren. Zo is de lengte in 2006 iets aangepast en zijn er nieuwe asfaltlagen aangebracht. De TT blijft een levend organisme dat constant verbetert. Het is nu een van de meest geliefde circuits ter wereld, bekend om zijn spectaculaire races en geweldige sfeer.

De TT beleven: van VIP tot staanplaats

Naar de TT gaan is een ervaring op zich. Er zijn verschillende manieren om de race te beleven, afhankelijk van je budget en voorkeur.

De goedkoopste optie is de staanplaats op de Zandkuil. Voor een bedrag van ongeveer €40 tot €50 per dag (afhankelijk van de dag) sta je midden in het feestgedruis.

Je ziet de motoren voorbijkomen en de sfeer is elektrisch. Neem wel je regenjas mee, Drenthe kan onvoorspelbaar zijn. Wil je iets meer comfort, dan kies je voor een zitplaats. De tribunes bieden uitzicht op spannende delen van het circuit, zoals de start-finish of de Strubben.

Een kaartje voor een tribune kost tussen de €60 en €100 per dag.

Je hebt een vast plekje en vaak beter zicht op de grote schermen. Ideaal voor wie de actie goed wil volgen zonder in de drukte te staan. Voor de echte fans is er de VIP-beleving.

Hospitality-pakketten zijn verkrijgbaar vanaf €250 tot €500 per persoon per dag. Dit geeft toegang tot exclusieve zones, vaak met catering, een drankje en een onbewoond uitzichtpunt.

Je kunt soms zelfs de pitsstraat in of een kijkje nemen in de paddock.

Een unieke ervaring voor wie eens wil voelen hoe het is om een dag in de wereld van de racerij door te brengen. Tip voor als je gaat: boek je kaartjes op tijd. De TT is razend populair en de beste plekken zijn vaak maanden van tevoren al uitverkocht.

En vergeet niet dat het niet alleen om de race draait. De camping eromheen, de sfeer in Assen, de mensen die je ontmoet; het maakt de TT tot veel meer dan alleen een sportevenement. Het is een volksfeest voor iedereen die van motors en Drenthe houdt.

Praktische tips voor je bezoek

Als je naar de TT gaat, is een goede voorbereiding het halve werk. De meeste bezoekers combineren de race met een verblijf in de regio. Er zijn genoeg vakantieparken Drenthe en campings Drenthe te vinden, ideaal als startpunt voor een hunebedden wandelroute door Drenthe.

Boek je overnachting ruim van tevoren, want alles zit vol. Denk aan parken in de buurt van Assen of in de rustigere delen van de provincie, zoals bij de Drentsche Aa of nabij hunebed D1 in Steenbergen.

Wat moet je meenemen? Een stoel, als je een staanplaats hebt.

Een regenjas en laarzen, want Drentse zomers kunnen nat zijn. Zonnebrandcrème is ook geen overbodige luxe, zeker als je de hunebedden in Drenthe 's nachts wilt bewonderen. Neem contant geld mee voor de drankjes en het eten op het terrein.

De mobiele dekking is soms slecht, dus spreek van tevoren een plek af met je vrienden.

Verder is het slim om je vervoer goed te regelen. De wegen naar Assen zijn op de racedag dichtgeslibd. De trein is een uitstekend alternatief; NS en Arriva zetten extra treinen in. Vanaf het station loop je in een half uur naar het circuit of pak je een shuttlebus.

Parkeer je auto dus bij voorkeur in een ander dorp en reis verder met het openbaar vervoer. Zo vermijd je de ergste files.

Als je toch in Drenthe bent, combineer de TT dan met een bezoek aan de omgeving. Het is de moeite waard om de hunebedden te bekijken, bijvoorbeeld in Borger of Drouwen. Of maak een wandeling door het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Zo maak je je tripje naar de race compleet met de prachtige natuur en cultuur die Drenthe te bieden heeft. De geschiedenis van de TT en die van de hunebedden liggen dichter bij elkaar dan je denkt: beide zijn diepgeworteld in de Drentse bodem.

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Over Femke van der Dijk

Femke van der Dijk groeide op tussen de hunebedden en het Nationaal Park Dwingelderveld. Als geboren en getogen Drente schrijft ze over alles wat de provincie te bieden heeft – van de beste vakantieparken tot verborgen wandelroutes en de lekkerste pannenkoekenhuizen.