Drenthe veenkoloniën: De ontginning van het veen en de gevolgen

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Femke van der Dijk
Drenthe gids & reisschrijver
Hunebedden & Geschiedenis · 2026-02-15 · 9 min leestijd

Stel je voor: je wandelt door een stille, uitgestrekte heide. De zon zakt langzaam en het ruikt naar natte aarde en dennennaalden.

Dan zie je ze liggen: die mysterieuze stapels stenen, de hunebedden. Ze zijn er al duizenden jaren.

Maar lang voordat deze stenen werden gebouwd, was Drenthe al een heel andere plek. Het was een donker, nat veenlandschap. Een plek die de mens langzaam maar zeker heeft veranderd. Dit verhaal gaat over die verandering.

Over de veenkoloniën, de ontginning van het veen en hoe dat één grote, natte droom in één klap veranderde.

Het is een verhaal dat je overal in Drenthe terugziet. Of je nu staat te kijken bij het indrukwekkende hunebed D27 bij Borger, of een wandeling maakt door het Nationaal Park Drentsche Aa. De geschiedenis ligt letterlijk onder je voeten.

Het verhaal van de veenkoloniën is het verhaal van de geboorte van het Drenthe zoals we het nu kennen. Het is een verhaal van armoede, doorzettingsvermogen en een landschap dat voor altijd veranderde.

Wat waren de Drentse veenkoloniën eigenlijk?

Laten we beginnen met de basis. Een veenkolonie is eigenlijk een nederzetting die ontstond omdat er geld te verdienen was met turf.

In de 17e en 18e eeuw had Nederland enorm veel brandstof nodig. De bossen waren grotendeels gekapt en de vraag naar turf – oftewel, het gedroogde veen – was enorm. Drenthe lag vol met deze turf.

Het was een moerasachtig gebied, een uitgestrekt veen. Vanuit de stad Groningen en andere delen van het land trokken arme veenarbeiders naar Drenthe.

Ze gingen daar wonen en werken om turf te steken. Deze arbeiders kwamen vaak vanuit de veenstreek rondom Groningen en Drenthe zelf.

Ze kregen van de eigenaren van de grond, de zogenaamde veenbazen, een stukje land toegewezen. Daar moesten ze op wonen en een klein stukje ontginnen voor eigen voeding. Dit ontstond vaak in linten. Je ziet dat nog steeds in Drenthe: de lange, rechte wegen met boerderijen en huizen erlangs, zoals in de omgeving van Schoonoord, Klazienaveen of Emmer-Compascuum.

Die linten zijn de sporen van de oude veenkoloniën. Ze zijn ontstaan uit pure noodzaak.

Mensen zochten werk en een plek om te leven, en de turf was hun kans. Het leven in zo'n veenkolonie was zwaar. Je werkte in de open lucht, met je handen, in natte en koude omstandigheden.

De huizen waren simpel, vaak van leem en riet gebouwd. Er was weinig luxe.

Toch was er een bepaalde saamhorigheid. Mensen waren afhankelijk van elkaar. De veenkolonie was een gesloten gemeenschap.

Dit zorgde voor een eigen cultuur, met eigen dialecten en gewoonten. Het was een harde wereld, maar ook een wereld met een sterke onderlinge band.

Het was de basis voor het Drenthe van nu.

Hoe het veen ontgonnen werd: een kijkje in de keuken

De ontginning van het veen was een zwaar en gestructureerd proces. Het begon allemaal met het afgraven van de bovenste laag grond.

Daaronder lag het veen, een dikke laag van afgestorven plantenresten. De veenarbeiders, ook wel turfschoppende boeren genoemd, begonnen met het uitzetten van de percelen. Ze gebruikten touwen en palen om rechte lijnen te trekken.

Het doel was om zo efficiënt mogelijk te werken. Het veen werd uitgegraven in lange, rechte greppels.

Dit werd de zogenaamde 'ontginningssleuf'. De turf die hieruit kwam, was de brandstof.

De turf werd met de hand gestoken met een speciale turfijzer. Dit was een zwaar, scherp werktuig. Een gemiddelde arbeider kon op een dag zo'n 100 tot 150 turf steken. De turf werd vervolgens in de zon te drogen gelegd op speciale turfwallen.

Dit proces duurde enkele weken. De turf moest eerst uitdrogen voordat hij kon worden gebruikt.

Na het drogen werden de turven gestapeld in zogenaamde 'turfschuren' of in de open lucht. Ze werden daarna vervoerd met paard en wagen naar de afnemers, vooral naar de steden. Er waren verschillende methoden.

In het begin werd er vooral 'winputten' gegraven. Dit waren kleine, ondiepe greppels.

Later, toen de vraag toenam, werden de ontginningen groter en dieper. Dit leidde tot het ontstaan van kanalen en vaarten, zoals het Stieltjeskanaal of het Beilerstroom. Deze waterwegen waren essentieel voor het vervoer van de turf.

Zonder deze kanalen was de veenindustrie nooit zo groot geworden. Het landschap veranderde radicaal.

Van een moerasachtig gebied met hier en daar een eilandje, veranderde het in een strak gegraven netwerk van greppels, sloten en kanalen. Dit is nog steeds te zien in het landschap van Drenthe. De rechte lijnen en de lintbebouwing zijn hier een direct gevolg van.

De gevolgen waren enorm. Het landschap werd drooggelegd.

Dit had effect op de waterhuishouding. Het grondwaterpeil daalde. Dit was goed voor de landbouw, maar had ook nadelen.

De bodem daalde en het veen klonk in. Dit proces, de 'verdamping', zorgde ervoor dat het land steeds lager kwam te liggen. Het zorgde ook voor bodemverzakkingen. Dit zie je nog steeds in sommige delen van Drenthe.

De ontginning had een enorme impact op de natuur. De oorspronkelijke veenflora en -fauna verdween grotendeels.

Het werd een agrarisch gebied. Dit was de keerzijde van de economische voorspoed.

De impact: van veen naar landbouw en toerisme

De ontginning van het veen had een enorme impact op de economie van Drenthe. Het zorgde voor werkgelegenheid en een stroom van inkomsten.

De turf werd verkocht aan de hogere klassen in de steden. Dit bracht geld in het laatje van de veenbazen. Zij investeerden op hun beurt weer in nieuwe ontginningen.

Dit zorgde voor een economische cyclus. De regio groeide. Dorpen werden groter en er kwamen nieuwe nederzettingen bij.

De veenkoloniën werden de motor van de Drentse economie in de 18e en 19e eeuw. Maar de turf was niet oneindig. Na verloop van tijd raakte het veen op.

De meest toegankelijke veengebieden waren uitgeput. Dit zorgde voor een economische crisis.

Veel veenarbeiders kwamen zonder werk te zitten. Dit leidde tot armoede en emigratie.

Veel Drenten vertrokken naar de Verenigde Staten of andere delen van Europa. Dit was een moeilijke periode voor de regio. De economie moest opnieuw worden opgebouwd. De landbouw werd steeds belangrijker.

De drooggelegde grond was uitermate geschikt voor landbouw en veeteelt. Dit zorgde voor een nieuwe economische basis.

Vandaag de dag zie je de erfenis van de veenkoloniën overal. De lintbebouwing, de rechte wegen, de kanalen. Het landschap is nog steeds een grid.

Maar het toerisme heeft een nieuwe dimensie toegevoegd. Mensen komen naar Drenthe voor de rust, de ruimte en de natuur.

De oude veenkoloniën zijn nu populaire bestemmingen voor vakanties. Je kunt er kamperen, wandelen en fietsen. De geschiedenis is zichtbaar gemaakt in musea en wandelroutes.

Het is een prachtig voorbeeld van hoe een gebied zich kan heruitvinden.

Van een plek van zware arbeid naar een plek van ontspanning. De gevolgen van de ontginning zijn nog steeds merkbaar. De bodem is in sommige delen van Drenthe nog steeds aan het dalen.

Dit is een langzaam proces, maar het heeft invloed op de waterhuishouding en de landbouw. Het is een uitdaging voor de toekomst.

We moeten leren omgaan met dit veranderende landschap. Dit betekent dat we slimme oplossingen moeten vinden voor waterbeheer en bodemdaling.

Dit is een actueel thema in Drenthe. De rijke geschiedenis van het Drentse landschap bepaalt nog steeds de toekomst.

Praktische tips voor een bezoek aan de veenkoloniën

Wil je zelf de sporen van de veenkoloniën zien? Dan is Drenthe de plek om naartoe te gaan, bijvoorbeeld om de hunebedden in het donker te bewonderen.

Er zijn verschillende manieren om de geschiedenis te ervaren. Je kunt een wandeling maken door het oude veenlandschap. Of je bezoekt een museum.

Of je boekt een verblijf in een vakantiepark of camping in de regio. Hier zijn een paar tips om je op weg te helpen.

  • Bezoek het Hunebedcentrum in Borger: Dit museum is perfect om de vroege geschiedenis van Drenthe te begrijpen, inclusief de tijd voor de veenontginning. Je leert er over de hunebeddenbouwers en hoe zij leefden. Het is een goede basis voor je bezoek.
  • Wandel de Veenkoloniale route: Er zijn verschillende wandelroutes die je meenemen door de oude veenkoloniën. Zoek naar routes in de omgeving van Schoonoord of Klazienaveen. Je ziet de lintbebouwing en de oude kanalen. Neem je tijd en geniet van de rust.
  • Fiets langs de kanalen: De kanalen zijn de levensaders van de veenkoloniën. Huur een fiets en volg de route langs het Stieltjeskanaal of het Beilerstroom. Je ziet de historische schuren en de oude boerderijen. Onderweg kom je langs leuke dorpjes voor een kop koffie.
  • Verblijf in een vakantiepark of camping: Er zijn veel vakantieparken en campings in Drenthe die zich bevinden in of nabij de oude veenkoloniën. Kies voor een verblijf in de omgeving van Dwingeloo of Diever. Vanuit hier kun je makkelijk de omgeving verkennen. Je slaapt letterlijk in de geschiedenis.

Als je een verblijf boekt, kijk dan naar de ligging. Kies voor een plek die centraal ligt ten opzichte van de routes die je wilt lopen of fietsen.

Een camping in de buurt van het nationaal park Drentsche Aa is bijvoorbeeld ideaal. Je kunt dan makkelijk de historische esdorpen bezoeken. De prijzen voor een overnachting variëren. Een kampeerplek op een eenvoudige camping kost al vanaf €15 per nacht.

Een vakantiehuisje in een park kost al snel tussen de €70 en €150 per nacht, afhankelijk van de grootte en de voorzieningen. Neem de tijd. Drenthe is geen plek om snel doorheen te jagen.

De schoonheid zit in de details. De stilte, de uitgestrektheid, de lucht. Neem de tijd om stil te staan bij een hunebed.

Loop een stukje langs een kanaal. Praat met de lokale bevolking.

Ze hebben vaak mooie verhalen over het leven in de veenkoloniën. En vergeet niet te genieten van de lokale producten. Probeer eens een stukje Drentse heidekaas of een ambachtelijk gebakken brood.

Het maakt je bezoek compleet. De ontginning van het veen heeft Drenthe gevormd.

Het zorgde voor een economische boost, maar ook voor een veranderend landschap. De sporen zijn nog steeds zichtbaar. Het is een verhaal van vallen en opstaan.

Van zware arbeid en veerkracht. En vandaag de dag is het een verhaal van rust, ruimte en genieten.

Dus, als je naar Drenthe komt, kijk dan niet alleen naar de hunebedden, maar ontdek ook de Drentse volksverhalen en legends.

Kijk ook naar het landschap eromheen; het is een levend museum van de menselijke geschiedenis.

Portret van Femke van der Dijk, Drenthe gids en reisschrijver over hunebedden en campings.
Over Femke van der Dijk

Femke van der Dijk groeide op tussen de hunebedden en het Nationaal Park Dwingelderveld. Als geboren en getogen Drente schrijft ze over alles wat de provincie te bieden heeft – van de beste vakantieparken tot verborgen wandelroutes en de lekkerste pannenkoekenhuizen.